
Go for Africa
Daan en Guus zetten koers naar Gambia met voorraad motorolie
Guus Aben en Daan van de Westerlo, twee studenten van Ter AA, zijn evenals vijf studiegenoten onder de vlag van Go for Africa naar West-Afrika gereden. Ondanks dat er soms zorgen waren over hun auto hebben ze karakter getoond. Na de roadtrip stond hen een ‘dubbele’ stage te wachten. Eerst in Senegal, daarna in Gambia.
„Hebben we onderweg puur geluk gehad? Of is het meegereisde beertje op het dashboard, gekregen van mijn vriendin Bregje ter ondersteuning, ons gunstig gezind geweest?”, vraagt Guus(19) zich hardop af. „Een andere mogelijkheid is dat we ons onnodig druk hebben gemaakt.”
De vierdejaars mechatronica-student(niveau 4) uit Ledeacker zoemt in op het opmerkelijke gegeven dat hun donkerblauwe Volvo XC70 van bijna een kwart eeuw oud al sinds het vertrek in Badhoevedorp te kampen heeft gehad met lekkende olie.
Meevaller
„Het ‘gedoe’ met de aanhoudende lekkage hadden we uiteraard vóóraf kunnen verhelpen. Alleen stond het prijskaartje van een reparatie nauwelijks in verhouding tot het totaalplaatje. We besloten daarom om –schrik niet- dertig liter motorolie als reserve mee te nemen”, weet zijn uit Stiphout afkomstige compagnon Daan(19) te vertellen.
„Als we de balans opmaken heeft de auto –verdeeld over zo’n 7500 kilometer- hooguit tien liter gelekt. Achteraf dus een meevaller. Het is zelfs voorgekomen dat we een paar dagen achtereen geen druppel zijn verloren. Voor de zekerheid hebben we wel elke dag netjes de olie gepeild.”
Het tweetal was overigens niet te flauw een reisgenoot, wiens oliepeil plotseling drastisch daalde, de helpende hand aan te reiken. „Voor die persoon, uitgerekend voorzitter Wim Buijsen van Go for Africa, waren we de reddende engelen. We konden bij hem niet meer kapot!”
Garage
Los van de olieperikelen waren er tevens complicaties op andere vlakken. Guus weer: „Zo zat op een gegeven moment het roetfilter verstopt, wellicht het gevolg van opgebouwde roetdeeltjes en niet-verbrande asresten. Een van de symptomen was een verminderd vermogen, de auto kon immers z’n uitlaatgassen nauwelijks nog kwijt.”
Eerder had het volhardende duo in het Atlasgebergte de vervuilde EGR(uitlaatgasrecirculatie)-klep op improvisatorische wijze afgesloten met een colablikje.
Tijdens een rustdag in Zagora brachten ze noodgedwongen een bezoek aan een garage. „Dat was niet goedkoop, er moest nogal wat gebeuren. We hadden weinig keus.”
Avontuur
„De roadtrip zélf was een openbaring. Het was één groot avontuur. Interessante mensen ontmoet, leuke dorpjes en indrukwekkende landschappen gezien”, vervolgt Daan. „Stel je eens voor: in Imilchil, een bergdorp in centraal Marokko, zagen we ’s ochtends nog de sneeuw. Later op de dag was het contrast groot toen we in Merzouga door het Sahara-zand struinden. Daar hebben we voor het eerst onze tent opgezet; het gaf ons het gevoel dat we écht op reis waren. In die contreien was het gelukkig een stuk warmer. Onderweg konden de raampjes lekker naar beneden.”
Geen toeristische bestemming
„De derde en laatste dag in Mauritanië vond ik persoonlijk het hoogtepunt van de reis”, benadrukt Guus. „Een arm maar bijzonder land waar je niet snel een tweede keer komt. Het is zeker geen toeristische bestemming.”
Na iets meer dan drie weken kwam voor de bestuurders van alle achttien voertuigen in Tanji een einde aan de onderneming. Iets wat gepaard ging met een welcome party met traditionele dans en muziek.
„Mede door het afwisselende karakter van de reis is de tijd voorbijgevlogen. Ik had best nog een paar duizend kilometer willen doorrijden”, aldus Guus die bij de festiviteiten en plein public zijn danstalent etaleerde.
Spookverhalen
Daags na aankomst reden de twee terug naar Senegal, maar dan in zuidelijke richting. Ze streken neer in Baïla, een dorp in de regio Casamance. Op het Centre de Formation Professionelle(CFP), een school voor beroepsonderwijs op een loopafstand van slechts vijf minuten van hun eigen compound, begonnen ze aan hun stage. Met een nadrukkelijke focus op het verzorgen van lessen metaaltechniek aan plaatselijke studenten.
Daan: „Ik hou van metaaltechniek in het algemeen en lassen in het bijzonder. Mits het allemaal veilig gebeurt. En juist daar ontbrak het aan op de school. De spookverhalen die ik vooraf had gehoord over de bedenkelijke veiligheidsnormen bij het lassen bleken te kloppen. Ze dragen hier dikwijls teenslippers, korte mouwen en zelfs een zonnebril als alternatief voor een lasbril.”
Communicatie
Dat hij voor het eerst voor de klas stond, deerde hem weinig tot niets. „Ik word niet snel zenuwachtig; het woordje ‘stress’ komt niet voor in mijn vocabulaire.”
Op het gebied van communicatie maakte hij zich evenmin zorgen. „Je ne parle pas français. Het zij zo, met handen en voeten kom je ook een heel end. En als dat niet lukt, bestaat er altijd nog Google Translate.”
Guus legde een soortgelijke attitude aan de dag. „Ik laat eveneens graag alles gewoon op me afkomen. Wat de communicatie betreft: het niet beheersen van een taal mag je nooit als excuus aanvoeren om geen actie te ondernemen.”
Haakse klemmen
In overleg met de schoolleiding werd besloten samen met de Senegalese studenten een reeks (multifunctionele) haakse klemmen van staal te realiseren. Kort daarna sloten óók de reis- en klasgenoten Nienke van der Meulen en Sander Leenders in de rol van docent zich aan bij het lesprogramma. De missie slaagde uiteindelijk glansrijk.
Daan en Guus bevinden zich inmiddels weer in Gambia. Op de PIA-school in Bakau wacht hen de komende weken een (enigszins) vergelijkbare stage. Saillant detail is dat hun Volvo aan deze school is gedoneerd.
Interview: Chris Korsten
